Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.2.5

Verhuiskostenvergoeding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik

Iemand die vanwege zijn beperkingen moet verhuizen, kan in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding, huurderving en het bezoekbaar maken van een woonruimte in de vorm van een pgb. De hoogte is afhankelijk van de individuele situatie en komt in het gesprek tussen de inwoner en de gemeente aan de orde. Komt de vergoeding boven de Nibud-richtlijn uit dat is er een extra besluit van de gemeente nodig. Een verhuiskostenvergoeding dient als alternatief als het bijdraagt aan de goedkoopste en meeste compenserende oplossing voor de inwoner. Een verzoek om een verhuiskostenvergoeding wordt in de volgende gevallen afgewezen: Algemeen gebruikelijk. Een verhuiskostenvergoeding wordt alleen toegekend als de verhuizing voor de inwoner in kwestie, in zijn specifieke situatie, niet algemeen gebruikelijk is. In de volgende situaties kan een verhuizing bijvoorbeeld algemeen gebruikelijk zijn: jongeren die op zichzelf gaan wonen; jonge gezinnen die groter gaan wonen; ouderen die naar een kleinere woning of seniorenwoning verhuizen; bewoners van een Wlz-instelling die op een zeker moment zelfstandig gaan wonen. Geen onverwacht optredende noodzaak. Verhuizing naar een niet zelfstandige woonruimte. Verhuizing heeft al plaatsgevonden. De gemeente kan een verzoek om tegemoetkoming in de kosten van huurderving overwegen onder de volgende voorwaarde: De periode van huurderving is maximaal 6 maanden waarbij de eerste maand voor rekening is voor de inwoner. Bij verhuizing komt de inwoner niet in aanmerking voor een saneringsvergoeding. Bij een verhuizing is het immers gebruikelijk dat iemand zijn woning opnieuw inricht en stoffeert. Hierbij kan de inwoner alvast rekening houden met zijn klachten.

Rechtspraak bij dit artikel