Naar hoofdinhoud
Voor een erehaag bij uitvaarten geldt conform artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang met het tweede lid van de Noodverordening een vrijstelling van het gestelde in artikel 2.1, eerste lid, van de Noodverordening indien de navolgende voorschriften in acht worden genomen. Bij het niet naleven van deze voorschriften zal sprake zijn van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, van de Noodverordening en zal de erehaag bij de uitvaart worden beëindigd. 1.. De erehaag mag uit maximaal 100 personen bestaan; 2.. De personen in de erehaag moeten zodanig hun positie innemen, dat met het opstellen en opheffen van de erehaag een onderlinge afstand van 1,5 meter te allen tijde is gewaarborgd; 3.. Aanwezigen moeten hierover vooraf worden geïnstrueerd; 4.. De erehaag mag zich niet eerder dan een half uur voor aanvang van de rouwstoet langs de route bevinden; 5.. Na het passeren van de rouwstoet dienen de aanwezigen de locatie van de erehaag zo spoedig mogelijk te verlaten; 6.. De rouwstoet dient zich strikt aan de verkeersveiligheidsnormen en -eisen te houden; 7.. Achter het rouwvoertuig mogen maximaal 8 voertuigen in de stoet meerijden; 8.. Inzittenden van deze voertuigen dienen zich strikt aan de in artikel 2.2 van de “Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 17 maart 2020” opgenomen veilige afstand te houden; 9.. Aanwijzingen van de politie en/of de Voorzitter van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek bij aanwijzingsbesluit aangewezen toezichthouders dienen strikt en onmiddellijk opgevolgd te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel