De rechtspersoon met een overheidstaak kan de wet toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1 onder d, waarbij de gemeente partij is.
De Bibob-toets wordt in beginsel beperkt tot de gevallen, die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:
* Hoge mate van financiële complexiteit;
* Behorend tot een als zodanig door College van B&W benoemde risicobranche;
* Behorend tot een als zodanig door College van B&W benoemd risicogebied;
* Onduidelijke, ondoorzichtige, a-typische en/of gecompliceerde bedrijfsstructuur in relatie tot de aard en omvang van de onderneming;
* Exceptioneel financieel risico voor de gemeente.
Het besluit tot uitvoering van het Bibob-onderzoek kan daarnaast ook gebaseerd zijn op:
eigen ambtelijke informatie en/of
Informatie verkregen van het Bureau en/of
Informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de wet (OM-tip) en/of
Informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC.
Voor zover van toepassing wordt de wederpartij tijdens de onderhandelingen geïnformeerd dat een toets kan of zal plaatsvinden. In de overeenkomst wordt zo nodig een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de totstandkoming overeenkomst.
Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
Geen Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij verwerving van de eigendom van onroerende zaken (eventueel vrij van lasten en rechten) door de rechtspersoon met overheidstaak.
Artikel 3.1