Bbz-uitkering voor levensonderhoud
Middelen voor de Bbz-uitkering, voor het levensonderhoud van gevestigde zelfstandigen worden toegevoegd aan de gebundelde uitkering (art 69 Pw). Dit wordt hetzelfde als hoe dit al bij de IOAZ is geregeld. Tot nu toe had het Bbz het karakter van een declaratieregeling bij het Rijk.
Bbz-kapitaal
Het door de gemeente verstrekte Bbz-kapitaal, dat wordt verstrekt in de vorm van een rente dragende lening, gaat over naar een financieringssystematiek waarbij het Rijk per saldo nog 25% bekostigt, tot nu toe bekostigde het Rijk 75% van het Bbz-kapitaal. Gemeentes mogen terugontvangen aflossingen en rente uit die verstrekte leningen zelf houden. Hierdoor komt het financiële risico van het verstrekken van Bbz-leningen grotendeels bij de gemeentes te liggen in plaats van bij het Rijk. Wanneer er kapitaal verstrekt wordt aan een gevestigde of startende zelfstandige wordt in het jaar volgend op het jaar van verstrekking 100% van de kosten van de door de gemeente verstrekte Bbz-leningen gefinancierd door het Rijk. De daaropvolgende 5 jaar wordt 75% teruggevorderd van het college, in jaarlijkse stappen van achtereenvolgens 20%, 20%, 15%, 10% en 10%. Deze terugvordering is onafhankelijk van wat de gemeente daadwerkelijk weet terug te vorderen.
Middelen voor levensvatbaarheidsonderzoeken
De middelen voor de levensvatbaarheidsonderzoeken worden toegevoegd aan het gemeentefonds, zoals ook gebruikelijk is bij andere uitvoeringskosten. Tot nu toe werd 90% van deze onderzoeken vergoed door het Rijk. De inhoud en de kosten van het levensvatbaarheidsonderzoek kunnen door gemeenten zelf ingevuld worden. Beleidsvoorstellen hiervoor worden uitgewerkt in hoofdstuk 5.
Artikel 2