Naar hoofdinhoud
Schuldhulpverlening kan in elk geval worden beëindigd: zodra een persoon in staat is om zelfstandig zijn financiële problemen op te lossen; als een persoon niet meer als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen; als een persoon niet langer beschikt over een inkomen; als aan een persoon redelijkerwijs geen ondersteuning meer kan worden geboden of geen adequate oplossing meer kan worden gevonden die gericht is op de aflossing van schulden; als op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening is aangeboden, terwijl een andere beslissing zou zijn genomen als over de juiste gegevens zou zijn beschikt; als een persoon niet meer voldoet aan de inlichtingen- of medewerkingsplicht, bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; als met de schuldeisers een akkoord tot gehele of gedeeltelijke betaling van de schulden is bereikt; als het niet mogelijk is een schuldregeling met de schuldeisers tot stand te brengen; zodra een van de schuldeisers zijn medewerking aan de schuldhulpverlening intrekt.

Rechtspraak bij dit artikel