Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 2.

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de openbare plaats

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hillegom

1.. Het is verboden de openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4.. Er kan worden volstaan met het doen van een melding indien: er geen schade wordt toegebracht of kan worden toegebracht aan de weg, de bruikbaarheid van de weg niet wordt belemmert of kan worden belemmerd, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; er wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand; het niet het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden of reclame- en aankondigingsspandoeken betreft; er niet meer dan twee parkeerplaatsen worden ingenomen; er niet meer dan 25m grond wordt ingenomen; de openbare plaats niet langer dan vier weken wordt ingenomen. 5.. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang voor voetgangers wordt gelaten op voetpaden en op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 6.. Het college reageert uiterlijk 8 weken na ontvangst van de melding. 7.. Voor het ophangen van spandoeken is een vergunning van burgemeester en wethouders vereist. De vergunning wordt verleend: op door het college aangewezen plaatsen; voor maximaal twee weken voorafgaand aan de activiteit; wanneer het spandoek niet bedoeld is voor commerciële doeleinden. 8.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden op van gemeentewege aangegeven locaties op basis van een met de gemeente gesloten overeenkomst; het van gemeentewege plaatsen van verkiezingsborden ten behoeve van politieke partijen. 9.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening. 10.. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel