Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college een
maatregel op van veertig procent van de uitkeringsnorm,
indien belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die
rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de
Ioaw/Ioaz.
Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid
kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en
worden volstaan met het geven van een schriftelijke
waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen
een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop
eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing
in verband met ernstige misdragingen is gegeven.
In afwijking van artikel 4, derde lid, kan een maatregel
worden opgelegd van 100 procent van de uitkeringsnorm, indien binnen twaalf
maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als
bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar
aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is
opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen
van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6,
tweede lid.