Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7.

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelverordening Ioaw/Ioaz

Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of de gedraging meer dan éénjaar vóór constatering door het college van die gedraging heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is verleend; een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden; Het college kan afzien van een maatregel, en volstaan met een waarschuwing indien het verstrekken van onjuiste, onvolledige of niet tijdige inlichtingen geen gevolgen heeft voor de bijstand. Geen waarschuwing wordt gegeven wanneer het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop een eerdere waarschuwing of maatregel is gege- ven of opgelegd. Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Omstandigheden die het rechtstreeks gevolg van een als verwijtbaar aan te merken gedraging zijn geen dringende redenen. Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel