Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35, van de Algemene wet bestuursrecht, kan stimuleringssubsidie worden geweigerd indien:
geen sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 7;
niet wordt voldaan aan een of meer van de in de artikel 8 genoemde voorwaarden;
naar het oordeel van het college twijfels bestaan over de levensvatbaarheid van de onderneming of de kredietwaardigheid van de aanvrager;
het college eerder ten behoeve van dezelfde onderneming en/of aan dezelfde ondernemer subsidie op grond van deze verordening heeft verstrekt;
de aanvraag betrekking heeft op de vestiging van een onderneming ten behoeve waarvan reeds van overheidswege een vergoeding of tegemoetkoming in welke vorm ook is verstrekt (de-minimissteunverklaring, zie Bijlage II);
de aanvraag betrekking heeft op een onderneming waaraan in de periode van twee belastingjaren voorafgaand aan de aanvraag en het lopende belastingjaar reeds € 200.000,-- of meer aan overheidssteun verleend is (de-minimissteunverklaring, zie Bijlage II).
Hoofdstuk 2.
Artikel 10
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieverordening ‘Stimuleren innovatief ondernemerschap in winkelkernen’