Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 4

Artikel 13

Afzien van invordering niet- fraudevordering en geldlening

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Bloemendaal 2020

1.. Het afzien van invordering betekent het buiten invordering stellen van de teruggevorderde bijstand zodat slechts een natuurlijke verbintenis blijft bestaan. 2.. In afwijking van de artikelen 4 en 5 besluit het college van invordering af te zien, als: de belanghebbende gedurende 36 maanden volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; de belanghebbende gedurende 36 maanden niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar de achterstallige betalingen over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente, alsnog heeft betaald; de belanghebbende een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost; de belanghebbende gedurende 5 jaar geen betaling heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; bij beëindiging van de uitkering en na eventuele verrekening met vakantiegeld, een vordering ontstaat of resteert met een saldo van maximaal € 125,00; een minnelijke of dwingende schuldregeling tot stand is gekomen en de vordering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 3.. Het gestelde in het tweede lid geldt niet voor geldleningen die in de vorm van bedrijfskapitaal ingevolge de artikelen 20 en 24 van het Bbz zijn verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel