**1..** Het afzien van invordering betekent het buiten invordering stellen van de teruggevorderde bijstand zodat slechts een natuurlijke verbintenis blijft bestaan.
**2..** In afwijking van de artikelen 4 en 5 besluit het college van invordering af te zien, als:
de belanghebbende gedurende 36 maanden volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
de belanghebbende gedurende 36 maanden niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar de achterstallige betalingen over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente, alsnog heeft betaald;
de belanghebbende een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost;
de belanghebbende gedurende 5 jaar geen betaling heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
bij beëindiging van de uitkering en na eventuele verrekening met vakantiegeld, een vordering ontstaat of resteert met een saldo van maximaal € 125,00;
een minnelijke of dwingende schuldregeling tot stand is gekomen en de vordering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
**3..** Het gestelde in het tweede lid geldt niet voor geldleningen die in de vorm van bedrijfskapitaal ingevolge de artikelen 20 en 24 van het Bbz zijn verstrekt.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 4
Artikel 13
Afzien van invordering niet- fraudevordering en geldlening
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Bloemendaal 2020