Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 5

Artikel 21

Afzien van invordering fraudevorderingen

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Bloemendaal 2020

1.. Het college besluit af te zien van invordering op grond van artikel 58, zevende lid, van de Participatiewet als de belanghebbende: gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende 10 jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost. 2.. In geval sprake is van een combinatie van boete, fraude- en niet-fraudevorderingen en/of geldleningen, moet de belanghebbende eerst de boete aflossen, vervolgens de fraudeschuld, en vervolgens gedurende (maximaal) 36 maanden aflossen op de niet-fraudeschuld of geldlening, waarna een restsaldo van deze niet-fraudeschuld of geldlening buiten invordering wordt gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel