Het college ziet af van het -al dan niet tijdelijk- (verder) opleggen van een verhaalsbijdrage als:
het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 45,00 per maand;
de onderhoudsplichtige een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet ontvangt;
sprake is van een door de rechtbank vastgestelde bijdrage naar draagkracht, waarbij het vonnis ten tijde van het verhaalsonderzoek niet ouder is dan 36 maanden;
redelijkerwijs te voorzien is dat degene op wie verhaald wordt niet zal kunnen voldoen aan de opgelegde bijdrage in verband met zijn schuldpositie en daarbij een minnelijke of dwingende schuldregeling heeft getroffen;
geen draagkracht is vastgesteld en het niet aannemelijk is dat in de toekomst sprake is van enige inkomensverbetering;
gedurende 36 maanden nadat voor het eerst een bijdrage is vastgesteld, de bijdrage niet is voldaan en het niet aannemelijk is dat hij dat in de toekomst wel zal kunnen doen;
daarvoor gelet op de omstandigheden van degene op wie verhaal wordt gezocht of van degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen, dringende redenen aanwezig zijn.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 31
Beperking verhaal
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Bloemendaal 2020