Na beëindiging of intrekking van de uitkering wordt bij alle niet- fraudevorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld op het bedrag zoals genoemd in artikel 8, tweede lid, verhoogd met 35% van het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm (excl. vakantietoeslag), en het daadwerkelijk netto-inkomen.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 4
Artikel 9
Vaststellen aflossingscapaciteit niet-fraudevordering voor belanghebbenden die niet langer een uitkering voor levensonderhoud ontvangen.
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Bloemendaal 2020