De veiligheid van het verkeer op de weg is een zwaarwegend criterium. Een uitweg wordt geweigerd indien de uitweg komt te liggen:
a. Op een plaats waar door de uitweg de verkeersveiligheid in gevaar komt;
b. Op of binnen 5 meter van een bocht, rotonde, kruising of splitsing van wegen;
c. Op of binnen 5 meter van een voetgangersoversteekplaats;
d. Op of binnen 5 meter van een bushalte;
e. Op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages;
f. Op een plaats waar de uitweg op een fiets- en/of voetpad uitkomt en dat pad moet worden bereden om vanaf de openbare weg het perceel te bereiken;
g. Op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden;
h. Op een plaats waar het zicht vanaf de uitweg op de weg/fietspad/voetpad onvoldoende is voor verkeer;
i. Op of aan een gebiedsontsluitingsweg (maximum snelheid gelijk of hoger dan 50 km/u), tenzij de uitweg noodzakelijk is voor de ontsluiting van het perceel en deze uitweg een veilig en doelmatig gebruik van de weg niet belemmert;
j. De uitweg tot gevolg heeft dat straatmeubilair of een nutsvoorziening en/of ander obstakel dienen te worden verplaatst, terwijl er in de nabije omgeving geen geschikte alternatieve locatie voor genoemde objecten voorhanden is en/of er geen overeenstemming tot verplaatsing van het obstakel is met de eigenaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Ter voorkoming van gevaar voor verkeer op de weg
Onderdeel van BELEIDSREGELS UITWEGEN BRUMMEN 2019