Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsbepalingen

Onderdeel van Parkeerverordening 2020 (zaaknummer 26345-2020)

In deze verordening wordt verstaan onder: college: het College van burgemeester en wethouders van Emmen RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459; bewoner: degene die volgens de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op een adres dat met een afzonderlijk huisnummer is aangegeven en waar diegene ook daadwerkelijk woont. Het vereiste van een afzonderlijk huisnummer geldt niet voor bejaarden- en verzorgingstehuizen; adres: het adres zoals dat bekend staat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betalingen bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel; gemeentelijke parkeervoorziening: parkeerterrein, -plaats of -garage zoals benoemd in het Aanwijsbesluit parkeervoorzieningen gemeente Emmen; parkeerapparatuurplaats: een gemeentelijke parkeervoorziening waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur, waaronder inbegrepen de parkeerplaatsen welke zijn aangeduid met het bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 (of de zonale variant daarvan), met de toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’; belanghebbendenplaats: een gemeentelijke parkeervoorziening aangeduid met het bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 zonder toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’; parkeervergunning: een door het college verleende vergunning waarmee het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; schilgebied (schil): het bij besluit van het college aangewezen gebied in of rondom het centrum waar het parkeren is ingericht om bewoners te faciliteren c.q. om centrumbezoekers te weren;. autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die meerdere motorvoertuigen voor autodelen ter beschikking stelt; deelnemer: een natuurlijk persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake autodelen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel