**1..** Het college kan een vergunning intrekken, wijzigen of weigeren:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer nadere regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 4, en de aanvraag van een vergunning in strijd is met één van deze regels;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen of wordt gewijzigd;
wanneer voor het betreffende gebied het maximum aantal uit te geven vergunningen, als bedoeld in artikel 6, is bijgesteld;
wanneer aan de vergunninghouder een vergunning wordt verleend voor de locatie van zijn voorkeur, als bedoeld in artikel 6 het derde lid;
wanneer de vergunninghouder in strijd handelt met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
wanneer de aanvrager of vergunninghouder niet of niet tijdig zijn betalingsverplichting voldoet;
om redenen van algemeen belang;
**2..** Als de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub g, wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder of voor hetzelfde adres van vergunninghouder, binnen zes maanden na intrekking, geweigerd. Als het om een bezoekersvergunning gaat, wordt een hernieuwde aanvraag binnen twaalf maanden na intrekking geweigerd;
**3..** De vergunninghouder is verplicht wijzigingen in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning, onmiddellijk aan het college kenbaar te maken.
Artikel 7:
Intrekken, wijzigen of weigeren
Onderdeel van Parkeerverordening 2020 (zaaknummer 26345-2020)