Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vergunningverlening

Onderdeel van Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2020

Lid 1 De vergunning voor wijziging van een woning naar kamerbewoning en/of meerdere woningen wordt geweigerd, als deze woning ligt in een van de volgende gebieden: - Woensel West; - Limbeek Noord en Limbeek Zuid; - Doornakkers Oost en Doornakkers West; - Bennekel Oost; - Hemelrijken; - Gildebuurt. Kaartjes van de bovengenoemde gebieden zijn opgenomen bij de artikelsgewijze toelichting van deze beleidsregels. Lid 2 Een vergunning die wordt aangevraagd tijdens het overgangsjaar (15 mei 2020 tot 15 mei 2021) voor een woning die niet ligt in een van gebieden genoemd in lid 1 en wel ligt in het restgebied, en die niet valt onder het overgangsrecht volgens artikel 5 wordt geweigerd als: a. de betreffende woning geheel of gedeeltelijk valt binnen, of wordt geraakt door, een straal van 30 meter gemeten vanuit het zwaartepunt van een bestaand kamersgewijs bewoond pand en/of bestaand gesplitste woning. Hierbij worden ook panden betrokken waarvoor al eerder een aanvraag is ingediend en waarop nog niet onherroepelijk is besloten. of b. de betreffende woning ligt in een flat, appartementengebouw of wooncomplex, en er al sprake is van een bestaande situatie van kamersgewijze bewoning of woningsplitsing in de met rood aangegeven (voormalige) woningen op figuur 2. Hierbij worden ook woningen betrokken waarvoor al eerder een aanvraag is ingediend en waarop nog niet onherroepelijk is besloten. Fig. 2: woning in flat, appartementengebouw of wooncomplex (vooraanzicht). Lid 3 Een vergunning die wordt aangevraagd vanaf 15 mei 2021 voor een woning die niet ligt in een van gebieden genoemd in lid 1 en wel ligt in het restgebied, wordt geweigerd als: a. het betreffende pand geheel of gedeeltelijk valt binnen, of wordt geraakt door, een straal van 30 meter gemeten vanuit het zwaartepunt van een legaal kamersgewijs bewoond pand en/of legaal gesplitste woning. Hierbij worden ook panden betrokken waarvoor al eerder een aanvraag is ingediend en waarop nog niet onherroepelijk is besloten. of b. deze woning ligt in een flat, appartementengebouw of wooncomplex, en er al sprake is van een legaal kamersgewijs bewoonde situatie en/of legaal gesplitste woning in de met rood aangegeven (voormalige) woningen op figuur 2. Hierbij worden ook woningen betrokken waarvoor al eerder een aanvraag is ingediend en waarop nog niet onherroepelijk is besloten. Lid 4 Indien geen sprake is van een eerder genoemde weigeringsgrond kan de vergunning voor wijziging van een woning naar kamerbewoning en/of woningsplitsing worden verleend als: a. hierdoor geen onevenredige gevolgen (ongeoorloofde inbreuk) voor het woon- en leefmilieu ontstaan; én b. de aanvrager een planschadeovereenkomst met de gemeente heeft afgesloten; én c. in het geval van wijziging van een woning naar meerdere zelfstandige woonruimten (woningsplitsing): I de nieuwe zelfstandige woonruimten ieder een oppervlakte van minimaal 25 m² hebben als ze binnen de ring liggen; II de nieuwe zelfstandige woonruimten ieder een oppervlakte van minimaal 35 m² hebben als ze buiten de ring liggen; III tenminste één verblijfsruimte in de zelfstandige woonruimte daglichttoetreding via de gevel heeft; IV de (hoofd)toegang rechtstreeks via de hoofdmassa plaatsvindt, waarbij alle zelfstandige woonruimten vanuit de hoofdmassa intern bereikbaar zijn; V de aanwezigheid van balkons en/of dakterrassen niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van de privacy van aangrenzende woonpercelen; VI in het geval dat de woningscheidende wand van de zelfstandige woonruimte niet is uitgevoerd als anker loze spouwmuur, in de verblijfsruimten een voorziening wordt aangebracht om geluidhinder te voorkomen, bijvoorbeeld een voorzetwand; én d. in het geval van wijziging van een woning naar kamerbewoning: I de kamers gemiddeld een gebruiksoppervlak hebben van minimaal 14 m², als er geen toereikende gezamenlijke voorzieningen zijn; (*1) II de kamers gemiddeld een gebruiksoppervlak hebben van minimaal 10 m², als er voldoende toereikende gezamenlijke voorzieningen zijn; (*1) III tenminste één verblijfsruimte in de kamer dient daglichttoetreding via de gevel of een hellend dak heeft; IV de (hoofd)toegang tot de kamers rechtstreeks via de hoofdmassa plaatsvindt en alle kamers vanuit de hoofdmassa intern bereikbaar zijn; V de aanwezigheid van balkons en/of dakterrassen niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van de privacy van aangrenzende woonpercelen; VI in een kamer in beginsel maximaal één persoon wordt gehuisvest; (*2) VII in het geval dat de woningscheidende wand van de kamer niet is uitgevoerd als anker loze spouwmuur een voorziening aangebracht dient te worden om geluidhinder te voorkomen, bijvoorbeeld een voorzetwand; VIII alle traptreden zijn voorzien van geluiddempende trapbekleding, brandklasse T3; IX de gemeenschappelijke voordeur een voorziening heeft ter voorkoming van geluidsoverlast als gevolg van het dichtslaan van de voordeur, bijvoorbeeld een goed afgestelde deurdranger. *1 Onder toereikende gezamenlijke voorzieningen wordt het volgende verstaan: • een gezamenlijke woonkamer (minimaal 7,5 m²), én • een gezamenlijke keuken (minimaal 5 m²), én • een gemeenschappelijke natte cel/toilet. In plaats van een losse woonkamer en keuken kan er ook een woonkeuken gerealiseerd worden van minimaal 12,5 m². *2 Met het begrip ‘in beginsel’ wordt niet bedoeld dat een bewoner nooit een vriend/vriendin mag laten slapen/logeren, zoals dat wel eens gebeurt. Met deze voorwaarde dient voorkomen te worden dat kamers min of meer structureel dubbel bezet worden, waardoor de ruimtelijke effecten voor de omwonenden/buurt extra belastend zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel