Naar hoofdinhoud
1.. Bevoorschotting van de bedragen die op het programma zijn opgenomen geschiedt, al dan niet gefaseerd, op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het programma geplaatste voorziening. 2.. Bij voorzieningen die worden gerealiseerd door middel van een bouwplan vindt de bevoorschotting niet eerder plaats dan nadat het bevoegd gezag schriftelijk aan het college heeft gemeld dat de onherroepelijke bouwopdracht is verstrekt. Verdere bevoorschotting vindt in beginsel plaats per drie maanden, dan wel afhankelijk van de voortgangsrapportages die het bevoegd gezag aan het college verstrekt tot een maximum van 95%. 3.. Het voorschot voor huurvergoedingen, erfpachtcanon en genormeerde en uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair voor het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs of leer- en hulpmiddelen en meubilair voor het voorgezet onderwijs bedraagt 100%. 4.. Bij andere voorzieningen dan bedoeld onder lid 2 of 3 die niet middels een bouwplan worden gerealiseerd vindt bevoorschotting plaats bij aanvang van het jaar waarop de voorziening betrekking heeft. Het voorschot bedraagt niet meer dan 95% van het toegekende bedrag. 5.. In afwijking van het voorgaande vergoedt het college kosten van onderhoud en certificering van de brandmeld-, en inbraakinstallatie op declaratiebasis.

Rechtspraak bij dit artikel