Naar hoofdinhoud
1.. De aanspraak op bekostiging vervalt, indien niet door de aanvrager uiterlijk 31 december van het jaar waarop het programma betrekking heeft een bouwopdracht is verleend dan wel een koop- of huurovereenkomst is gesloten en een afschrift hiervan uiterlijk 31 januari daaropvolgend aan het college is gezonden of, in het geval er een voorbereidingskrediet is verstrekt, aanvang is gemaakt met de bouwvoorbereiding.. In de bouwopdracht is vermeld: de aanvangsdatum van het werk; de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd. In het geval van een huurovereenkomst wordt daarin de datum van inwerkingtreding vermeld, de duur van de overeenkomst en de door het bevoegd gezag verschuldigde huurpenningen. In geval van een koopovereenkomst wordt daarin de datum van aankoop en de koopsom vermeld. 2.. De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager uiterlijk 31 oktober van het jaar waarop het programma betrekking heeft een gemotiveerd verzoek tot verlenging van de termijn heeft ingediend bij het college. 3.. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van het verzoek tot verlenging. Indien het verzoek wordt ingewilligd, geeft het college in het besluit aan tot welke datum de termijn wordt verlengd. 4.. Indien de aanspraak op bekostiging is vervallen, treedt het college in overleg met het bevoegd gezag over het treffen van een regeling in verband met de reeds beschikbaar gestelde bekostiging van de kosten van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 4.1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel