Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.3

Verantwoording nieuwbouw, vervangende huisvesting en uitbreiding

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020

1.. Binnen veertien maanden na de datum van eindoplevering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.2 onder a sub 1, 2, en 3 dient het bevoegd gezag de verantwoording van de verstrekte voorziening bij het college in. De volgende gegevens worden overgelegd: een gespecificeerde financiële verantwoording van de besteding; een verklaring van een accountant over de juistheid en volledigheid van de verantwoording door het bevoegd gezag een digitale kopie van het volledige bouwdossier. 2.. Als niet aan de onder 1 gestelde termijn kan worden voldaan meldt het bevoegd gezag dit binnen twaalf maanden na de datum van eindoplevering aan het college met opgave van de reden en tijdstip waarop de verantwoording wel kan worden ingediend. 3.. Als uit de verantwoording blijkt dat het bedrag dat op het Programma is opgenomen is overschreden, komt de overschrijding voor rekening van het bevoegd gezag. 4.. Na ontvangst van de verantwoording stelt het college uiterlijk binnen acht weken de bekostiging van de gerealiseerde voorziening vast. 5.. De bekostiging wordt overeenkomstig de beschikking tot vaststelling binnen vier weken na de vaststelling betaald. Indien een voorschot is verleend, wordt dit voorschot op het bedrag in mindering gebracht. 6.. Indien uit de rekening en verantwoording blijkt dat er een batig saldo resteert, kan de bekostiging worden vastgesteld onder aftrek van het batig saldo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel