Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van een pgb, niet zijnde beschermd wonen, wordt vastgesteld op basis van het uitvoeringsplan pgb, het te bereiken resultaat (doel) of het aantal geïndiceerde uren dan wel een tijdeenheid naar rato daarvan of het aantal geïndiceerde dagdelen of etmalen in natura. 2.. De hoogte van het pgb bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate oplossing, tenzij de cliënt aantoont dat met het toe te kennen pgb de geïndiceerde maatwerkvoorziening niet kan worden ingekocht. 3.. De gedifferentieerde tarieven voor hulpverleners zijn opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten (all-in tarief). 4.. Het college kan een pgb, welke betrekking heeft op een periode voorafgaande aan de aanvraag weigeren, tenzij: het college vaststelt dat de aanvraag niet eerder ingediend kon worden; en de cliënt aantoont verplichtingen met derden te zijn aangegaan die onherroepelijk zijn; en het college tot het oordeel komt dat de verleende ondersteuning noodzakelijk is. 5.. Indien een cliënt in aanmerking komt voor een pgb geldt dat de cliënt verplicht is om een Uitvoeringsplan pgb op te stellen. Het college kan een format voor dit uitvoeringsplan vaststellen. 6.. De budgethouder is verplicht om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde model overeenkomst van de Sociale Verzekeringsbank. 7.. Voor de goedkoopst passende bijdrage hanteert het college gedifferentieerde tarieven die zijn afgeleid van de tarieven waarvoor het college de geïndiceerde diensten heeft ingekocht: 90% voor een daartoe opgeleide professional in dienst van zorgaanbieder; 75% voor een professional die werkzaam is als zelfstandig werkend ondernemer of via een arbeidsovereenkomst; 50% voor personen uit het sociaal netwerk, indien er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. de tegemoetkoming voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt maximaal € 141,-- per kalendermaand, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen. 8.. In het door het college jaarlijks vast te stellen Financieel besluit wordt per ondersteunende dienst een omschrijving en daarbij behorend tarief opgenomen. Uitgangspunt is het tarief waarvoor de desbetreffende dienst in natura is ingekocht. 9.. De hoogte van het pgb voor woonvoorzieningen en hulpmiddelen bedraagt in ieder geval niet meer dan het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende bijdrage waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten en is toereikend voor het inkopen daarvan. 10.. De hoogte van het pgb voor het gebruik van individueel (rolstoel)taxivervoer wordt vastgesteld op bedragen op jaarbasis. Daarbij geldt dat het pgb toereikend is voor deelname aan het maatschappelijk verkeer. Het college kan op het jaarbedrag dan ook een korting toepassen indien sprake is van: verblijf in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg; een samenvallende vervoersbehoefte; een beperkte (zelfstandige) vervoersbehoefte; andere aanwezige vervoersvoorzieningen of vervoersmogelijkheden. 11.. Het college stelt het pgb voor een woningaanpassing vast op basis van een programma van eisen. Daarbij kan het college bijkomende noodzakelijke kosten in aanmerking nemen. 12.. Het college kan de hoogte van het pgb vaststellen op basis van een offerte indien de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders 13.. Het college stelt nadere regels over de omvang van de budgetperiode van hulpmiddelen. 14.. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen vloeit voort uit het voor de cliënt van toepassing zijnde arrangement en een indicatie in uren. 15.. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van de geïndiceerde uren en bedraagt voor professionals in dienst van een instelling 90% van het zorginstellingstarief, waarbij er sprake is van twee zorginstellingstarieven gerelateerd aan het functieniveau. Bij de berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief. Indien sprake is van overgangsrecht geldt een tarief van 75%. Indien de cliënt met een indicatie voor beschermd wonen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in een accommodatie die voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 4.9 derde lid van de verordening, kan het college een wooninitiatieventoeslag verstrekken. Het college stelt de tarieven en de hoogte van de wooninitiatieventoeslag vast in het Financieel besluit. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel