Individuele voorzieningen die verstrekt worden in natura betreffen:
Hulp bij het huishouden, te onderscheiden in:
algemeen direct beschikbare hulp bij het huishouden (Hulp bij het huishouden 1 – HH1). Deze hulp gaat de gebruikelijke zorg te boven en wordt verleend door één van de gecontracteerde aanbieders die daarvoor op verzoek van de aanvrager door het college wordt ingeschakeld;
op de individuele persoon afgestemde hulp bij het huishouden (Hulp bij het huishouden 2 – HH2).
Bij het vaststellen van een aanspraak op een voorziening voor hulp bij het huishouden wordt de gebruikelijke zorg vastgesteld met toepassing van een zogenaamd standaard indicatieprotocol (Protocol gebruikelijke zorg).
Hulpmiddelen, te onderscheiden in:
rolstoelen
roerende (losse) woonvoorzieningen (bijv. een douchestoel en een tillift) en
individuele vervoersvoorzieningen (bijv. scootmobiel, driewielfiets, autoaanpassing)
of aanpassingen aan de hulpmiddelen genoemd onder a en c.
Een hulpmiddel kan slechts worden toegekend voor zover het langdurig noodzakelijk is om de beperkingen van de begunstigde op het gebied van het wonen of het zich binnen of buiten de woning te verplaatsen op te heffen of te verminderen. Bij het toekennen van hulpmiddelen wordt rekening gehouden met het beleid zoals dat voorheen in het kader van de Wvg is gevoerd en de jurisprudentie die daarover is gevormd.
Een woningaanpassing in de vorm van een woonunit. De woonunit is in principe herplaatsbaar en wordt uitsluitend in bruikleen verstrekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Individuele voorzieningen in natura
Onderdeel van Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011