Onder het verlenen van medewerking als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan:
meewerken aan stabilisatie van inkomsten en uitgaven;
het aantoonbaar vergroten van het inkomen of de aflossingscapaciteit;
het in voldoende mate bereid zijn tot het inzetten van de maximale afloscapaciteit voor de aflossing van de schulden;
geen nieuwe schulden aangaan in de periode tussen het doen van de aanvraag en het eindigen van de schuldhulpverlening;
de vaste lasten met voorrang en tijdig te betalen;
naleving van de overeenkomst die verzoeker gesloten heeft met de organisatie die de schuldhulpverlening namens het college uitvoert;
naleving van schriftelijk opgelegde nadere individuele verplichtingen, of
zich niet misdragen jegens ambtenaren of medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de schuldhulpverlening.