**1..** Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie wordt bijgestaan door de griffier.
**2..** De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden.
**3..** De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en brengt daarbij advies uit voor een besluit. In het verslag wordt, indien van toepassing, ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
**4..** Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen.
**5..** Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
**6..** In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.6
– Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
Onderdeel van Reglement van Orde 2020