**1..** De raadsleden en de overige aanwezigen in de raadsvergadering spreken vanaf de hen toegewezen zitplaats of vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden en de overige aanwezigen in de raadsvergadering vanaf een andere plaats spreken.
**3..** Een raadslid voert het woord na het van de voorzitter verkregen te hebben.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.11
– Spreekregels en volgorde sprekers
Onderdeel van Reglement van Orde 2020