Naar hoofdinhoud
De controle van het persoonsgebonden budget vindt als volgt plaats: De verantwoording van een persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt jaarlijks plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. De tussentijdse verantwoording beperkt zich tot een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden. De verantwoording richt zich op de besteding van het budget. Bij de verantwoording na afloop van enig kalenderjaar wordt de budgethouder gevraagd binnen vier weken de uitgaven te verantwoorden over het afgelopen kalenderjaar. Ook bij ondersteuning door derden blijft de budgethouder verantwoordelijk voor een correcte besteding van het persoonsgebonden budget. Het college kan jaarlijks de verantwoording van een persoonsgebonden budget controleren, bijvoorbeeld door middel van het opvragen van bankafschriften en de declaraties van de hulp. Indien in een periode geen hulp wordt verleend (bijvoorbeeld wegens verblijf buiten Oldenzaal of in het buitenland) bestaat, net als bij zorg in natura, in principe gedurende die periode geen recht op een persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel