Naar hoofdinhoud
1.. De tegemoetkoming voor verhuiskosten als bedoeld in onderdeel 3.2.2 van de Beleidsregels bedraagt € 3.500,00 voor een persoon met beperkingen en € 5.327,00 voor een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning heeft ontruimd. 2.. De hoogte van een te verlenen tegemoetkoming in de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, doch zal niet meer bedragen dan de helft van de werkelijke kosten met een maximum van de helft van de maximaal subsidiabele huur ingevolge de Wet op de huurtoeslag. 3.. Voor het bezoekbaar maken van één woonruimte kan op aanvraag aan de eigenaar/bewoner slechts eenmaal een tegemoetkoming worden verstrekt van ten hoogste € 2.500,00 indien de persoon met beperkingen zijn woonruimte heeft in een Wlz-instelling, en er tussen de eigenaar / bewoner en de persoon met beperkingen sprake is van bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad bloed- of aanverwantschap.

Rechtspraak bij dit artikel