De controle van het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 12 van de verordening vindt in ieder geval als volgt plaats:
De verantwoording van een PGB door de budgethouder aan het college vindt jaarlijks plaats, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
Bij de verantwoording na afloop van enig kalenderjaar wordt de budgethouder gevraagd bin-nen vier weken de uitgaven te verantwoorden.
Bij ondersteuning door derden blijft de budgethouder verantwoordelijk voor een correcte be-steding van het PGB.
Indien in een periode geen hulp wordt verleend bestaat, net als bij zorg in natura, gedurende die periode geen recht op een PGB.
Als blijkt dat het PGB tot een te hoog bedrag is betaald, vindt verrekening plaats door middel van inhouding op het voorschot in het nieuwe jaar.
Hoofdstuk 7
Artikel 12.