Bij de verlening van een PGB gelden de volgende verplichtingen:
De budgethouder besteedt het PGB binnen 6 maanden na toekenning ten behoeve van het doel waarvoor het is verstrekt, tenzij het college schriftelijk heeft ingestemd met een langere periode;
de budgethouder besteedt het PGB uitsluitend aan een passende individuele voorziening en de daarmee gepaard gaande noodzakelijke kosten;
de budgethouder zorgt voor een goede en controleerbare administratie en houdt deze gedurende 5 jaar beschikbaar vanaf de ingangsdatum van de toekenning van het PGB;
De budgethouder verantwoordt desgevraagd de besteding van het PGB. In de beschikking wordt vermeld wat de budgethouder, voor zover van toepassing, aan het college verstrekt, zoals:
de offerte voor de aangeschafte voorziening;
een opdrachtbevestiging;
een urenverantwoording;
een kopie van de arbeidsovereenkomst;
overige bescheiden die het college voor de verantwoording noodzakelijk acht.
Hoofdstuk 5
Artikel 8.