Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB

Lid 1 Deze bepaling bevat de standaardmaatregelen voor de vijf categorieën van gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Lid 2 en 3 Indien binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging in eerste, tweede, derde, vijfde categorie sprake is van een herhaling van de verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de maatregel. Met eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging verstaan die aanleiding is geweest tot een maatregel, ook indien de maatregel wegens dringende redenen niet is geëffectueerd. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de maatregel is opgelegd, bekend is gemaakt. Indien binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging in de vierde categorie sprake is van een herhaling van de verwijtbare gedraging, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van het percentage van de maatregel. Met een eerste verwijtbare gedraging wordt de eerste gedraging verstaan die aanleiding is geweest tot een maatregel, ook indien de maatregel wegens dringende redenen niet geëffectueerd is. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden, geldt het tijdstip waarop het besluit waarmee de maatregel is opgelegd, bekend is gemaakt. Op basis van deze bepaling kan een recidivemaatregel slechts één keer worden toegepast. Indien belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom hetzelfde verwijtbaar gedrag vertoont, zal de hoogte en de duur van de maatregel individueel moet worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de betrokkene. Lid 4 tot en met 6 Deze leden stemmen de maatregel af op de sancties, zoals deze gelden onder de werking van de Wetinburgering nieuwkomers en de Wet inburgering. Daarbij zijn de sancties die onder deze wetten van toepassing zijn, als uitgangspunt genomen om een eenduidig beleid te kunnen voeren ten opzichte van inburgeraars.

Rechtspraak bij dit artikel