Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB

Lid 1 De verplichting om voldoende besef van verantwoordelijkheid te tonen voor de voorziening in het bestaan, geldt reeds voordat een bijstandsuitkering wordt aangevraagd. Dit betekent dat wanneer iemand in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond, waardoor hij niet langer beschikt over de middelen om in de kosten van het bestaan te voorzien en als gevolg daarvan een bijstandsuitkering aanvraagt, de gemeente bij toekenning van de bijstand hiermee rekening kan houden door het opleggen van een maatregel. Een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan uit allerlei gedragingen blijken zoals: een onverantwoorde besteding van vermogen; geen of een te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening; het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van alimentatievordering. Lid 2 In het tweede lid wordt een relatie gelegd tussen de hoogte van de maatregel en het benadelingsbedrag. De ernst van de gedraging wordt daarnaast uitgedrukt in de duur van de maatregel. Bij de vaststelling van de maatregel dient beoordeeld te worden hoe lang betrokkene onafhankelijk van bijstand zou zijn gebleven, indien hij wel voldoende besef van verantwoordelijkheid had betoond. Dit lid laat onverlet de mogelijkheid voor het college om af te wijken van duur en/of hoogte op basis van de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende. De in dit lid gehanteerde percentages en duur moeten worden gezien als absoluut minimum. Matiging van de in dit artikel gestelde percentages en/of duur, op grond van specifieke individuele omstandigheden van de belanghebbende, ligt in het algemeen niet in de rede, gelet op de ernst van de verwijtbare gedraging. Verzwaring van de maatregel zal sneller voor komen, zeker als er sprake is van een eerdere of langere (nagenoeg) volledige bijstandsafhankelijkheid en/of de termijn waarover het beroep op de bijstand eerder ingaat dan wel langer duurt zich over een grote(re) periode uitstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel