Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 3

Berekeningsgrondslag

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB

Lid 1 In dit lid is het uitgangspunt vastgelegd dat een maatregel wordt opgelegd op de bijstandsnorm. Onder de bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de wet inclusief vakantietoeslag. Voor de duidelijkheid wordt hier gesteld dat de maatregel wordt geheven over de op de voor belanghebbende van toepassing zijnde norm op grond van de artikelen 20 tot en met 24 van de wet, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de wet vastgestelde verhoging of verlaging. Lid 2 Onderdeel a: de 18 tot 21-jarigen ontvangen een lagere bijstandsnorm, die indien noodzakelijk wordt aangevuld door middel van bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud. Indien de maatregel alleen op de lage bijstandsnorm wordt opgelegd zou dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van de bijstandsgerechtigden van 21 jaar en ouder. Onderdeel b: deze bepaling maakt het mogelijk dat het college in incidentele gevallen een maatregel oplegt over de bijzondere bijstand, die met toepassing van artikel 35 van de wet wordt verstrekt. Er moet dan wel een verband bestaan tussen de gedraging van de belanghebbende en zijn recht op de bijzondere bijstand. Onderdeel c: deze bepaling maakt het mogelijk dat het college in incidentele gevallen een maatregel oplegt over de langdurigheidstoeslag. Er moet dan wel een verband bestaan tussen de gedraging van de belanghebbende en zijn recht op de langdurigheidstoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel