**1..** Zelfstandig en veilig wonen betreft de praktische en sociale redzaamheid van de cliënt en kent de volgende resultaten:
De cliënt heeft de administratie en het beheer van zijn geld op orde.
De cliënt kan in een sociale context een gesprek voeren en voor zichzelf opkomen.
De cliënt heeft een gezond sociaal netwerk en participeert actief in de maatschappij.
De cliënt heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dag structuur te ontwikkelen en te behouden.
Communicatie tussen de gezinsleden is consistent. Leden van het huishouden ondersteunen elkaar.
De cliënt heeft veilige, toereikende huisvesting.
**2..** De mate van behoefte aan de benodigde individuele begeleiding bepaalt de complexiteit. De volgende complexiteiten worden onderscheiden:
Licht - Praktische ondersteuning en advies (steun in de rug)
De cliënt heeft moeite met het uitvoeren van activiteiten binnen de dagelijkse routine. Met stimulans en/ of toezicht is de cliënt in staat zichzelf goed te verzorgen en dagelijkse structuur aan te brengen. Er is geen noodzaak tot het daadwerkelijk overnemen van taken.
Midden - Versterken en ondersteunen (helpende hand) De cliënt kan niet zelfstandig plannen/ activiteiten uitvoeren binnen de dagelijkse routine. De cliënt heeft ondersteuning nodig bij het uitvoeren van taken en activiteiten. Er kan noodzaak zijn tot het (tijdelijk) overnemen van taken.
Zwaar - Bieden van overzicht en (tijdelijk) overnemen van de regie (op de rit zetten)
De cliënt is niet in staat tot het behouden van regie, zelfstandig plannen en uitvoeren van activiteiten binnen de dagelijkse routine. Zware ondersteuning wordt (tijdelijk) ingezet in de meest complexe situaties, met als doel verbetering of stabilisering van de huidige situatie. Er is noodzaak tot het overnemen van regie en het bieden van overzicht, maar ook oefenen en ondersteuning behoren tot de taken.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.3.