Naar hoofdinhoud
Als hoofdvereiste geldt dat in de regel alleen tot opheffing van een sluiting kan worden besloten indien sprake is van een verzoek van een belanghebbende waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat het op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet zullen worden gepleegd in of vanuit de desbetreffende woning of lokaal. Er dienen dus voldoende maatregelen te zijn getroffen om te voorkomen dat er in of vanuit het pand opnieuw overtredingen plaatsvinden van de Opiumwet. Aan het opheffen van een sluiting wordt in de regel geen medewerking verleend eerder dan de in onderstaande tabel genoemde periode: Sluitingsduur Verzoek opheffing na 3 maanden 6 weken 6 maanden 3 maanden 1 jaar 6 maanden Onbepaalde duur 6 maanden Voorts gelden de volgende eisen: de (nieuwe) eigenaar van het pand heeft geen overtreding van de Opiumwet begaan; de nieuwe huurder/gebruiker van het pand heeft geen overtreding van de Opiumwet begaan; de nieuwe huurder/gebruiker is een andere dan degene die ten tijde van de sluiting huurder/gebruiker was; bij het verzoek moet een plan worden overgelegd, waaruit blijkt op welke wijze zal worden voorkomen dat er opnieuw overtredingen van de Opiumwet plaatsvinden; indien sprake is van een lokaal: bij het verzoek moet een (ondernemings)plan worden overlegd, waaruit blijkt welke invulling aan het gebruik van het lokaal zal worden gegeven en op welke wijze zal worden voorkomen, dat er opnieuw overtredingen van de Opiumwet plaatsvinden. Het voorgenomen gebruik moet in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan. Het besluit op een verzoek tot opheffing wordt op schrift gesteld en is vatbaar voor bezwaar en beroep.

Rechtspraak bij dit artikel