**1..** Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**2..** De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers.
**3..** Een raadslid dat het woord vraagt:
voor het geven van een beknopte mondelinge toelichting op een voorstel door de voorsteller(s);
voor een persoonlijk feit, maar niet dan na een beknopte toelichting;
voor het indienen van een voorstel van orde; krijgt als eerste het woord.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 29.