Ten behoeve van investeringen voor de aanschaf van instrumenten en/of uniformen of concertkleding kan aan de verenigingen, die op grond van deze regeling een bedrag voor fondsvorming ontvangen, van gemeentewege een renteloze lening worden verstrekt tot ten hoogste het bedrag gelijk aan tien maal de hoogte van de subsidie van ten behoeve van de fondsvorming, over het jaar waarin de renteloze lening wordt gevraagd.
Nadat tenminste 25% van het bedrag van de hier voren bedoelde lening is afgelost, kan een nieuwe lening worden verstrekt, die tezamen met het nog niet afgeloste gedeelte van de lening, niet meer bedraagt dan tien maal het subsidiebedrag dat ten behoeve van fondsvorming wordt verleend in het betreffende jaar.
Indien een vereniging een renteloze lening heeft opgenomen, wordt het bedrag voor fondsvorming als bedoeld in deze regeling niet uitbetaald, doch jaarlijks verrekend met de lening totdat deze geheel is afgelost.
Voor de aanschaf van instrumenten en/of uniformen of concertkleding ontvangen de verenigingen jaarlijks een bedrag voor fondsvorming. De subsidie voor fondsvorming bedraagt het hierna vermelde percentage van de werkelijk betaalde contributie van dat jaar met het hierna vermelde, daaraan verbonden maximum bedrag per werkend lid.
Zangverenigingen: 25% tot een maximaal bedrag ad € 13,50 per jaar
Harmonieën, fanfares, brassbands, drumfanfares, drumbands en schutterijen: 35% tot een maximaal bedrag ad € 27,00 per jaar
Overige instrumentele verenigingen: 30% tot een maximaal bedrag ad € 16,00 per jaar
Artikel 7.