Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Vrijstelling van de inschrijvingsplicht (artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 Leerplichtwet)

Onderdeel van Beleidsregel Instructie voor de medewerker leerplicht/RMC

1.. De medewerker leerplicht/RMC neemt de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. Hij zendt de ouders een ontvangstbevestiging waarin hij meedeelt op welke termijn de ouders een bericht zullen ontvangen over de ontvankelijkheid van het beroep op vrijstelling. 2.. Als ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de wet, stuurt de medewerker leerplicht/RMC met toestemming van ouders de door ouders aangeleverde informatie door naar de onafhankelijke jeugdarts van de Gemeente Utrecht. De jeugdarts onderzoekt het beroep en geeft binnen 6 weken een schriftelijke verklaring over de geschiktheid van de jongere. 3.. Er wordt aan ouders toestemming gevraagd, zodat de medewerker leerplicht/RMC en/of de onafhankelijke jeugdarts overleg kan plegen over de mogelijkheden van de desbetreffende jongere in het onderwijs met het samenwerkingsverband waar de jongere onder valt. 4.. Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder a van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders binnen 10 werkdagen na ontvangst van de verklaring van de onafhankelijk jeugdarts. 5.. Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht/RMC aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling opgenomen in het vrijstelling register van DUO. 6.. Indien de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste 20 werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan deelt de medewerker leerplicht/RMC deze termijn binnen 20 werkdagen aan de ouders mee. 7.. Indien de ouders een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan onderzoekt de medewerker leerplicht/RMC de bij de kennisgeving overlegde bescheiden. Hij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij onderzoekt of de bedenkingen daadwerkelijk de richting van het onderwijs betreffen. Hij gaat na of de jongere eerder op een school of instelling ingeschreven is geweest. Hij informeert hoe het recht op onderwijs voor de jongere geborgd wordt. 8.. Indien ouders niet op een gesprek komen en geen mondelinge of schriftelijke toelichting geven op het borgen van het onderwijs dan meldt de medewerker leerplicht/RMC de jongere aan bij Veilig Thuis. Veilig Thuis organiseert een jeugdbeschermingstafel waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig is. 9.. In het bericht aan de ouders, bedoeld in het eerste lid, deelt de medewerker leerplicht/RMC aan de ouders mee of de ontvangen kennisgeving voldoet aan de eisen van de wet. Hij deelt tevens de gevolgen mee die verbonden zijn aan het niet voldoen aan de eisen van de wet. 10.. Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de medewerker leerplicht/RMC de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. 11.. Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht/RMC aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling opgenomen in het vrijstelling register van DUO 12.. Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c van de wet, en de omstandigheden zijn van dien aard dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan deelt de medewerker leerplicht/RMC aan de ouders mee op welke wijze, en op welk moment, door hen zal moeten worden aangetoond dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet. 13.. Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de medewerker leerplicht/RMC de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. 14.. Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht/RMC aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt. Tevens wordt de vrijstelling opgenomen in het vrijstelling register van DUO. 15.. Indien ouders in een volgend schooljaar een kennisgeving doen die betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c van de wet, dan meldt de medewerker leerplicht/RMC de jongere aan bij de afdeling Burgerzaken van de Gemeente Utrecht om te onderzoeken of de jongere aan wet BRP voldoet. Indien de kennisgeving aan de eisen van de leerplichtwet en de wet BRP voldoet, deelt de medewerker leerplicht/RMC aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel