Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren (artikelen 2, lid 1, 4a, 21, 21a en 22 Leerplichtwet)

Onderdeel van Beleidsregel Instructie voor de medewerker leerplicht/RMC

1.. De meldingen van schoolverzuim worden ontvangen door de administratief medewerker. Jongeren die onderwijs volgen aan het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroeps onderwijs, primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs worden gemeld via DUO. Jongeren die onderwijs volgen aan het niet –bekostigd onderwijs worden gemeld middels een kennisgeving (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim indien de school of instelling niet via DUO kan melden. Er wordt een leerlingdossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier. 2.. De medewerker leerplicht/RMC zoekt na ontvangst van een melding of kennisgeving binnen 5 werkdagen contact met de betrokken medewerker van de school en vraagt aanvullende informatie over de vermoedelijke reden van het verzuim, of ouders geïnformeerd zijn en welke acties ondernomen zijn op het verzuim. 3.. Optioneel stuurt de medewerker leerplicht/RMC een kennisgevingsbrief aan ouders en (boven de 12 jaar) aan de jongere en informeert hen hierin over de melding van het schoolverzuim. Er wordt ouders geadviseerd om contact op te nemen met school om het verzuim te bespreken. 4.. De medewerker leerplicht/RMC gaat in gesprek met de ouders/leerling over het verzuim. In het gesprek probeert de medewerker leerplicht/RMC duidelijk te krijgen wat de reden is van het verzuim en wat de leerling nodig heeft om het verzuim te doen eindigen. De medewerker leerplicht/RMC informeert hen over de procedure en de eventuele consequenties van het schoolverzuim. 5.. De medewerker leerplicht/RMC maakt een verslag van het gesprek. De medewerker leerplicht/RMC verstrekt aan de ouders en/of de jongere een kopie van het gespreksverslag. De gemaakte gespreksverslagen worden opgenomen in het leerling dossier. 6.. De medewerker leerplicht/RMC onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders/jongere en betrokken organisaties om de ongeoorloofde verzuimsituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen. 7.. De medewerker leerplicht/RMC draagt zorg voor terugkoppeling aan school van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim of afspraken met de jongere. Voor een inhoudelijke teugkoppeling dient er toestemming te zijn verleend door de ouders of de leerling vanaf 16 jaar. 8.. De medewerker leerplicht/RMC legt een huisbezoek af wanneer hij dat nodig acht. 9.. Wanneer er sprake is van (dreigend) thuiszitten vindt er binnen 5 werkdagen een actietafel plaats met ouders, jongere, school en kernpartners om een plan van aanpak op te stellen. Dit plan van aanpak moet binnen maximaal 10 weken leiden tot een passend zorg- of onderwijsaanbod. Indien er geen passend aanbod beschikbaar is schaalt de medewerker leerplicht/RMC of een van de andere kernpartners op naar de leidinggevende. De medewerker leerplicht/RMC legt in het leerlingdossier vast wanneer een leerling thuiszit. 10.. Als er sprake is van psychosociale problematiek en ouders en jongere staan open voor vrijwillige hulpverlening dan kan de medewerker leerplicht/RMC de jongere aanmelden bij het buurtteam. De medewerker leerplicht/RMC kan in het startgesprek met het buurtteam voorwaarden stellen ten aanzien van het stoppen van het verzuim. Ouders en jongere kunnen ook zelf een aanmelding doen bij het buurtteam. 11.. Indien er sprake is van psychosociale problematiek en ouders en jongere staan niet open voor vrijwillige hulpverlening dan kan de medewerker leerplicht/RMC met toestemming van ouders en jongere (boven de 16 jaar) een participerend consult met een medewerker van Samen-Veilig organiseren. 12.. De medewerker leerplicht/RMC draagt er zorg voor dat de voor hem geldende afspraken betreffende de verwijsindex risicojongeren worden nageleefd. 13.. De medeweker leerplicht/RMC doorloopt de stappen van de meldcode als hij of zij vermoedens heeft van huiselijk geweld of kindermishandeling en doet bij structurele of acute onveiligheid een melding bij Veilig Thuis. 14.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Bureau Halt, dan kan de medewerker leerplicht/RMC, besluiten tot een verwijzing naar Bureau Halt. Indien de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar besloten heeft over te gaan tot Haltverwijzing, dan roept hij ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor een gesprek, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders (voor de jongere tot 16 jaar) en jongere om door te verwijzen naar Bureau Halt. De medewerker leerplicht/RMC stel middels een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De jongere ondertekent de Haltverwijzing en geeft daarmee zijn toestemming. De medewerker leerplicht/RMC informeert de jongere en ouders over de consequenties bij het niet nakomen van de afspraken met HALT. De medewerker leerplicht/RMC stuurt de Halt-verwijzing naar Halt. De medewerker leerplicht/RMC licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf. De medewerker leerplicht/RMC kan ook verwijzen naar bureau HALT als een de urennorm is overschreden maar er toestemming is van de officier van justitie. 15.. Bij een negatieve afdoening van de Haltstraf maakt de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitgewoon opsporingsambtenaar een proces-verbaal op. 16.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Bureau Halt, dan kan de medewerker leerplicht/RMC ouders en jongere kenbaar maken dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. De buitengewoon opsporingsambtenaar roept ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een verhoor. Het verhoor wordt toegevoegd aan het proces-verbaal van zijn bevindingen en opgestuurd naar de officier van justitie. 17.. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de medewerker leerplicht/RMC een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven staat in artikel 19 van deze instructie. Indien de medewerker leerplicht/RMC voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan roept hij ouders en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek, waarbij hij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank. 18.. De medewerker leerplicht/RMC sluit na alle interventies de melding af bij het verzuimloket van de DUO. 19.. Zodra de medewerker leerplicht/RMC kennis neemt van schoolverzuim waarvan geen verzuimmelding is gedaan door de directeur, stelt de medewerker leerplicht/RMC een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan kan de medewerker leerplicht/RMC een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs. 20.. De medewerker leerplicht/RMC kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuimbestrijdingbeleid en de rechtsgelijkheid. De medewerker leerplicht/RMC kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de verzuimbestrijding.

Rechtspraak bij dit artikel