Het is verboden zich met een pleziervaartuig, ongeacht of daar al dan niet eveneens bedrijfsmatig mee wordt gevaren, in de haven aan de zeezijde van de primaire waterkering te bevinden, tenzij:
het schip ligplaats heeft genomen in overeenstemming met het ligplaatsenoverzicht, de geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen.
het schip zich rechtstreeks en zonder onderbreking begeeft van of naar een in de haven gelegen ligplaats of sluis.
Het is verboden om aan de zeezijde van de primaire waterkering te varen met een schip dat uitsluitend door middel van zeilen wordt voortbewogen.
Het is verboden om aan de zeezijde van de primaire waterkering te vissen vanaf de openbare kaden, pieren, steigers en vanaf vaartuigen of drijvende objecten.
Toelichting artikel 3.11
Artikel 3.11 regelt in het eerste lid dat het - in principe - verboden is zich met een pleziervaartuig in de haven te bevinden. Het varen met pleziervaartuigen in havens die worden gebruikt door de beroepsvaart, kan zeer gevaarlijke situaties met zich meebrengen. Daarom wordt alleen toegestaan dat pleziervaartuigen zich via de kortste route van de haveningang of sluis naar een aangewezen ligplaats begeven en vice versa. Om het scheepvaartverkeer vlot en veilig te laten verlopen is het verboden om uitsluitend op zeil de haven te bevaren. Hiervoor kan ontheffing worden verleend wanneer de situatie het toelaat of wanneer bijvoorbeeld de motor voor direct gebruik gereed is.