Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3.18

Maatregelen onttrekking economisch verkeer

Onderdeel van Havenverordening Harlingen 2020

Het college kan maatregelen opleggen aan een schip ter bescherming van veiligheids-, orde- of milieubelangen, als: dat schip niet beschikt over de vereiste certificaten; beslag is gelegd op dat schip, de lading of de bunkers; dat schip is opgelegd, of; dat schip is onttrokken aan het nautisch of economisch verkeer. Degene aan wie de maatregelen zijn opgelegd, is verplicht daaraan gevolg te geven. Toelichting artikel 3.18 Dit artikel is opgenomen in de verordening om te voorzien in de situatie dat schepen door de eigenaar zijn onttrokken aan het economisch verkeer ( “opgelegd”), of onvrijwillig zijn onttrokken aan het economisch verkeer, namelijk in geval van schepen waar beslag op is gelegd of waaraan een vaarverbod is opgelegd. Bij een opgelegd schip blijft vaak een minimum aan bemanningsleden aan boord. Dit, om enerzijds te zorgen voor een kostenreductie en om er anderzijds voor te zorgen dat het minimale onderhoud dat aan boord vereist is, plaatsvindt. Bij een schip waarop beslag of een vaarverbod is gelegd, kan ook, vanwege de duur van de maatregel, een deel van de bemanning van boord gehaald worden. Bij een gevaarlijke situatie in de haven dient in beginsel elk afgemeerd schip te allen tijde in staat te zijn op eigen kracht of met behulp van sleepboten onmiddellijk van ligplaats te veranderen. Daarnaast moet onder meer toegezien worden op een blijvende deugdelijke afmeersituatie. Dit artikel biedt de mogelijkheid om doeltreffende maatregelen op te kunnen leggen aan de kapitein, schipper of exploitant van het schip om de ordening, veiligheid of het milieu ten aanzien van het schip en haar omgeving blijvend te waarborgen. Te denken valt aan het voorschrijven van een minimum aan bemanningssterkte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel