Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3.3

Nemen van een ligplaats

Onderdeel van Havenverordening Harlingen 2020

Een schip mag alleen ligplaats nemen als dit gebeurt in overeenstemming met het in artikel 3.2 genoemde ligplaatsenoverzicht en: in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen die daar zijn aangebracht; of in overeenstemming met een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken; of op ligplaatsen, gelegen aan een afmeervoorziening met instemming van een huurder, erfpachter of eigenaar, behalve als het college het nemen van een ligplaats niet toestaat uit het oogpunt van ordening, veiligheid of milieu; of voor tankschepen zoals omschreven in artikel 6.1; of met een verleende ligplaatsvergunning, toestemming of ontheffing van het college. Toelichting Artikel 3.3 Nemen van een ligplaats Het nemen van ligplaats omvat tevens het ankeren of gebruik maken van spudpalen op de aangewezen ankerplaatsen. Onderdeel d heeft betrekking op de door het college specifiek aangewezen openbare ligplaatsen voor tankschepen geladen met of leeg van onverpakte vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen. Dit lid is noodzakelijk omdat op niet-aangewezen openbare ligplaatsen in principe een verbod geldt voor het ligplaats nemen van deze schepen. De bedoelde openbare ligplaatsen kunnen boeien, afmeerpalen of openbare kades zijn. Het artikelonderdeel verwijst daarom naar artikel 6.1 dat de aanwijzing regelt. In onderdeel e is de uitzondering vermeld, wanneer een schip een specifieke ligplaatsvergunning, ontheffing of toestemming heeft. Dit kan een schriftelijke vergunning of ontheffing zijn, maar ook een mondelinge of schriftelijke toestemming. Hiermee wordt tevens bedongen dat iedere ligplaatshouder zich voor vergunning, ontheffing of toestemming meldt bij de havenmeester (namens het college gemandateerd).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel