Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3.7

Voorzieningen en voorwerpen

Onderdeel van Havenverordening Harlingen 2020

Het is een ieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water of het aangrenzende haventerrein te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen en op voorwaarde dat het hebben, plaatsen of aanbrengen ervan een tijdelijk karakter heeft. Toelichting artikel 3.7 Dit artikel bepaalt in algemene zin dat het verboden is voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te hebben of aan te brengen indien daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan. De havenbeheerder dient in verband met het veilig gebruik van de haven op de hoogte te zijn van alle voorzieningen die in, onder of boven water en op het aangrenzende haventerrein worden aangebracht en die van een min of meer permanent karakter zijn. Uitgezonderd zijn scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen om een schip te laden en te lossen. Daarbij wordt de eis gesteld dat deze voorzieningen ook werkelijk (als zodanig) tijdelijk in gebruik zijn, teneinde te voorkomen dat voorzieningen die hinderlijk of gevaarlijk voor anderen zijn blijvend worden aangebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel