Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 4.4

Ernstig gevaar, schade of hinder opleverende schepen / averijschepen

Onderdeel van Havenverordening Harlingen 2020

Onverminderd het bepaalde in de Wet Bestrijding Maritieme Ongevallen kan het college indien naar zijn oordeel een schip ernstig gevaar, schade of hinder, of ernstige verstoring van de orde in of in de omgeving van de haven met zich meebrengt of kan brengen, of aangemerkt is als verwaarloosd vaartuig: een verbod opleggen om met dat schip de haven binnen te komen, in de haven te verblijven of zich met dat schip op een ligplaats te bevinden, of; maatregelen opleggen aan de kapitein of de schipper van het schip dat in de haven verblijft of zich op een ligplaats bevindt. Degene aan wie het verbod is of de maatregelen zijn opgelegd, is verplicht daaraan gevolg te geven. Toelichting artikel 4.4 In het kader van een goed havenbeheer is het noodzakelijk ten aanzien van schepen die ernstig gevaar, schade of hinder of ernstige gevolgen voor de orde in of in de omgeving van de haven met zich mee (kunnen) brengen, maatregelen te kunnen treffen van min of meer ingrijpende aard. Hierbij kan gedacht worden aan schepen die in brand staan, dreigen te zinken of schepen waaruit gevaarlijke stoffen lekken. De maatregelen kunnen variëren van het treffen van noodvoorzieningen aan boord van het schip, tot - in het uiterste geval - het verbieden van binnenkomst of van verblijf van het schip in de haven. De te treffen maatregelen en het verbod zullen (zo nodig achteraf) schriftelijk worden meegedeeld. Ook kunnen verwaarloosde vaartuigen die het aanzicht van de gemeente of de directe leefomgeving aantasten worden verwijderd of herstelmaatregelen worden opgelegd. Om een objectiviteit te borgen laat het college zich bij het aanmerken als verwaarloosd vaartuig adviseren door een onafhankelijk orgaan zoals bijvoorbeeld een schouwcommissie. Echter biedt de Wet Bestrijding Maritieme Ongevallen de bevoegdheid aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat ( in de praktijk gemandateerd aan de HID Rijkswaterstaat Noordzee) om een averijschip naar een Nederlandse haven ( een zogenaamde Port of Refuge) te doen brengen, waarbij het bevoegde gezag het schip toe moet laten tot de aangewezen haven. De Minister neemt de bedoelde maatregel slechts na overleg met het bedoelde gezag, tenzij zich een situatie voordoet die onmiddellijk ingrijpen nodig maakt. In dat geval wordt dit overleg zo spoedig mogelijk gevoerd. In dergelijke gevallen draagt de Minister de kosten die door de haven worden gemaakt of gederfd door de ontvangst van het averijschip.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel