Naar hoofdinhoud

§ 5

Artikel 5.2

Toegelaten schepen in de oliehaven

Onderdeel van Havenverordening Harlingen 2020

Een schip mag zich alleen in een oliehaven bevinden als: het een tankschip is; het schip van de haveninfrastructuur gebruikt maakt, heeft gemaakt of zal maken om te lossen, te laden, ladingtanks of sloptanks schoon te maken of te bunkeren; het een roei- of motorboot is die niet door een benzinemotor wordt voortbewogen en die tot de uitrusting van een schip als bedoeld in onderdeel a of b behoort, en: 1°. gebruikt wordt voor het vervoeren van opvarenden naar en van een schip, of; 2°. waarvan de werking van de motor, de davit of de vrije val-installatie wordt getest; de aanwezigheid van dat schip in de haven in verband met de aankomst, het verblijf of het vertrek van een schip als bedoeld in onderdeel a of b, noodzakelijk is; het schip werkzaam is voor een publiekrechtelijk lichaam of het schip van de havenbeheerder is; het schip rechtstreeks en zonder onderbreking vaart naar of van haveninfrastructuur buiten de oliehaven; het een dienstverlenend schip is; het een schip betreft dat baggerwerkzaamheden uitvoert; het een werkschip is; het een LNG-bunkerschip is, of. Het is verboden zich met een pleziervaartuig of passagiersschip in een oliehaven te bevinden. Toelichting artikel 5.2 In verband met de risico’s die gevaarlijke stoffen met zich meebrengen mogen in de oliehavengebieden alleen bepaalde schepen of activiteiten worden toegelaten. Onderdeel f bepaalt dat schepen (in het algemeen, niet specifieke schepen) het oliehavengebied mogen doorvaren, indien dat noodzakelijk is om hun bestemming te bereiken. Voorwaarde hierbij is dat ze ruim afstand houden ten opzichte van andere in de oliehaven verblijvende schepen en de kortste weg kiezen zonder (onnodig) te stoppen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel