Naar hoofdinhoud
1.. Er bestaat aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en/of participatie, mede met als doel zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen; deze als goedkoopst adequate oplossing aan te merken is; 2.. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat: indien de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel in aanvaardbare mate worden verminderd; voor zover de cliënt aanspraak kan maken op een andere voorziening. 3.. De aanvraag om een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval afgewezen indien de maatwerkvoorziening door de cliënt is gerealiseerd vóór de melding. 4.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte maatwerkvoorziening, wordt deze uitsluitend verstrekt als de eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch is afgeschreven, tenzij: de eerder verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; eerder verstrekte maatwerkvoorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 5.. Indien de leverancier met redenen omkleed de bruikleenovereenkomst beëindigt met de cliënt kan dit leiden tot de intrekking van de beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel