Naar hoofdinhoud
1.. De ondersteuning bij een zelfstandig leven is onder meer gericht op het zo zelfredzaam mogelijk kunnen uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen, het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden, het kunnen aangaan en onderhouden van sociale relaties en/of maatschappelijk kunnen participeren. Dit betreft onder meer de resultaten zoals genoemd onder 9.2 bij ambulante begeleiding; onder 9.3 bij kortdurend verblijf, waarbij het – naast een eventuele mantelzorger - ook gaat om het ontlasten van de ouder(s)/verzorgers; onder 9.4 bij dagbesteding; 2.. Voor gezinsbegeleiding geldt dat deze ingezet wordt als ondersteuning nodig is voor zowel de jeugdige(n) als de ouder(s)/opvoeder(s) gericht op de resultaten genoemd onder 9.2 en daarnaast op: het vergroten van de draagkracht van het gezin; het verbeteren van de ouder-kind relatie; het zoveel mogelijk oplossen van opvoedproblemen, zodat de jeugdige opgroeit in een veilige omgeving. 3.. Voor verblijf in een fasehuis of kamertrainingscentrum / CoWonen geldt als resultaat dat door intensieve training de zelfstandigheid van de jongvolwassene dusdanig wordt versterkt dat zelfstandig wonen mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel