Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 7.3

Vaststellen hoogte pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020

1.. De hoogte van het pgb voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de totale huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening die aan de gemeentelijke leverancier voor de standaard productcategorieën verschuldigd zou zijn over een periode van 6 jaar of, in het geval van een traplift, een periode van 10 jaar. Hierbij is al rekening gehouden met kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering. 2.. Indien de maatwerkvoorziening een (roerende) voorziening buiten de standaard productcategorieën van de gemeentelijke leverancier betreft, bestaat het pgb uit twee componenten: een bedrag, bestemd voor de aanschafkosten van de goedkoopst adequate voorziening; een bedrag, bestemd voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening, dat maximaal 25% van de kosten van aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening kan bedragen. Het college stelt aan de hand van de criteria ‘noodzakelijk’ en ‘goedkoopst adequaat’ de omvang van voornoemde bedragen vast aan de hand van de uitkomst van twee offertes, uitgebracht door een leverancier naar keuze. Van deze offertes wordt er één opgevraagd door de gemeente en één door belanghebbende. Bij twijfel over het goedkoopst adequate karakter van de offerte van de (gemeentelijke) leverancier, kan de gemeente nog een offerte opvragen bij een andere leverancier. 3.. De hoogte van het pgb voor beschut en beschermd wonen is maximaal 95 % van het toepasselijke tarief in natura. 4.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd (natura tarieven). Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning wordt gebaseerd op maximaal 85 % van het toepasselijke natura tarief per uur. Het persoonsgebonden budget voor alle vormen van ambulante begeleiding die beroepsmatig wordt geboden wordt gebaseerd op maximaal 85 % van het toepasselijke natura tarief per uur. Het persoonsgebonden budget voor dagopvang wordt gebaseerd op maximaal 100 % van het toepasselijke natura tarief per dagdeel. Het persoonsgebonden budget voor ambulante begeleiding die geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of een persoon die niet aangemerkt wordt als een beroepsmatige ondersteuner is een uurtarief van € 20,00. Het persoonsgebonden budget (tarief per etmaal) voor kortdurend verblijf, waaronder kortdurend verblijf voor jongvolwassenen en fasehuis en kamertrainingen, in een instelling is 100 % van het natura tarief van het toepasselijke tarief in natura voor basisverblijf of verblijf plus. De cliënt kan kiezen voor een tegemoetkoming voor hulp vanuit het sociale netwerk, te betalen vanuit een pgb. De hoogte hiervan is maximaal € 141,00 per kalendermaand voor de invulling van één of meerdere maatwerkvoorziening(-en) met een omvang van tenminste 3 uur per week. 5.. De tarieven genoemd onder lid 4 zijn all-in tarieven. Dat wil zeggen dat alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens ziekte en vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in de tarieven. 6.. Het is mogelijk om in plaats van het collectief vervoer in aanmerking te komen voor een pgb voor lokaal vervoer. De hoogte van dit pgb stelt de aanvrager in staat om 2.000 kilometer op jaarbasis te reizen op basis van de onbelastbare kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer. 7.. Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. 8.. De hoogte van de tarieven met betrekking tot het persoonsgebonden budget staan in het door het college vastgestelde Uitvoeringsbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel