2.2.1 Ambulante begeleiding
Ambulante begeleiding is gericht op het stimuleren en/of behouden van de huidige situatie van zelfredzaamheid en participatie en het voorkomen van achteruitgang daarin, door vaardigheden te oefenen, te ondersteunen of handelingen over te nemen. Doel is waar mogelijk activering en waar nodig stabilisatie.
Er zijn drie mogelijke ondersteuningsvormen:
Lichte ondersteuning
Lichte ambulante begeleiding is gericht op het stimuleren en/of behouden van de huidige situatie van zelfredzaamheid en participatie en/of op het voorkomen van achteruitgang daarin.
Met de inzet van deze ambulante begeleiding wordt:
het uitvoeren van praktische vaardigheden en handelingen gestimuleerd, geoefend, ondersteund en/of overgenomen;
het aanbrengen van (dag)structuur en het voeren van regie gestimuleerd, geoefend, ondersteund en/of overgenomen.
De beperking/problematiek van cliënt is niet dermate complex dat een hoge graad van deskundigheid nodig is voor de omgang met de cliënt. Ook is er geen sprake van intensief toezicht op het functioneren van de cliënt, bijvoorbeeld om gedrag te kunnen bijsturen of bijvoorbeeld om complicatie bij een ziekte te voorkomen.
Middelzware ondersteuning
Als bij lichte ondersteuning, met als onderscheid dat bij middelzware individuele ondersteuning sprake is van:
meer complexe ziektebeelden: er zijn zodanige stoornissen en beperkingen dat kennis van het ziekte beeld en deskundigheid in de omgang hiermee noodzakelijk is of;
meer complexe activiteiten: er is bijvoorbeeld toezicht en sturing nodig op het psychisch of lichamelijk functioneren van de cliënt of cliënt is leerbaar en er kan geoefend worden met het aanbrengen van structuur en/of uitvoeren van handelingen/vaardigheden of;
meer ontwikkelmogelijkheden richting door- en uitstroom naar reguliere maatschappelijke voorzieningen t.b.v. participatie en zelfstandigheid met minder of zonder ondersteuning. Er is meer focus op trainen en coachen, waardoor gericht aan uitstroom kan worden gewerkt.
Zware ondersteuning
Net als bij lichte en middelzware ondersteuning wordt geoefend, ondersteund en overgenomen, maar zware ondersteuning wordt ingezet in de meest complexe situaties. Te denken valt hierbij aan ernstige gedragsstoornissen, risicovolle instabiele ziektebeelden en multi-probleemsituaties. Er is veelal sprake van langdurig tekortschietende zelfregie over het dagelijks leven.
2.2.2 Dagopvang
Deze maatwerkvoorziening is bedoeld voor situaties waarin sprake is van complexe problematiek/ziektebeelden. Te denken valt hierbij aan ernstige gedragsstoornissen, instabiele ziektebeelden en multiprobleem-situaties. De zorgvraag op basis van ziektebeeld en/of beperkingen is leidend voor de begeleiding. Doel is het zoveel mogelijk verbeteren of stabiliseren van problematiek of het begeleiden van achteruitgang. De ondersteuning bestaat uit een dagprogramma en (intensieve) begeleiding en toezicht. Er worden activiteiten geboden van diverse aard, o.a. recreatief, creatief, sport, arbeidsmatig en educatief. Er is sprake van (ernstige) problematiek waardoor op elkaar afgestemde ondersteuning noodzakelijk is. Er is (in meer of minder beperkte mate) sprake van overname van regie. Doel kan ook zijn het ontlasten van een mantelzorger.
Vervoer naar dagbesteding
Bij de maatwerkvoorziening voor dagbesteding zal ook worden onderzocht of de cliënt in staat is om
de locatie van de dagbesteding te bereiken. Wanneer dit niet mogelijk is zal vervoer van en naar de
dagbesteding worden geleverd vanuit de Wmo. Ook bij een vervoersprobleem naar een dagbestedingsvoorziening als algemene voorziening kan vervoer vanuit de Wmo worden geregeld (collectief vervoer, zie hoofdstuk 4).
2.2.3 Kortdurend verblijf
De cliënt wordt in een huiselijke omgeving logeeropvang geboden om de mantelzorger te ontlasten of de cliënt of diens omgeving een time-out te bieden, waarbij toezicht en/of zorg noodzakelijk kunnen zijn. Het verblijf kan worden geboden voor een periode van in beginsel maximaal 3 etmalen per week. Uiteraard kan hier maatwerk geleverd worden door etmalen achtereen toe te kennen, indien dit vanwege langduriger afwezigheid van de mantelzorger noodzakelijk is.
We onderscheiden twee intensiteiten van Kortdurend verblijf, gericht op cliënten met verschillende kenmerken en ondersteuningsbehoefte: basis en plus.
Kortdurend verblijf basis
Tijdens het kortdurend verblijf wordt voorzien in de basale/dagelijkse levensbehoeften van de cliënt en wordt ondersteuning geboden bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)1Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zijn de handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. Het begrip wordt vooral in de zorg gebruikt om te bepalen in hoeverre iemand zelfredzaam is. De volgende zelfzorgactiviteiten vallen onder de ADL : eten, inclusief medicijnen innemen, drinken, in en uit bed komen, in stoelen gaan zitten en weer opstaan, bewegen, lopen, ontspanning, zinvolle activiteit (hobby, sport), aan- en uitkleden, praten, gehoor, plassen, ontlasting, lichaamswarmte regelen (bv. kachel hoger/lager kunnen zetten, dunne of dikke kleding uitkiezen), lichamelijke hygiëne en reizen. . Waar gewenst en mogelijk wordt de cliënt vanuit het kortdurend verblijf in de gelegenheid gesteld gebruik te blijven maken van eventuele andere activiteiten en ondersteuning. Cliënt is in staat zelf regie te voeren.
Kortdurend verblijf plus
Het Kortdurend verblijf plus onderscheidt zich van Basis doordat bij Kortdurend verblijf plus ondersteuning en/of toezicht wordt geboden die is gericht op:
verzorging
fysieke ondersteuning ter voorkoming van bijvoorbeeld vallen en/of
het voorkomen van escalatie van eventuele gedragsproblemen
Daarnaast is er sprake van een verminderde regievoering.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020