**1..** De cliënt is een eigen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening verschuldigd, ongeacht of deze in de vorm, van een pgb, een financiële tegemoetkoming of in natura wordt verstrekt.
De bijdragen voor één of meerdere maatwerkvoorzieningen -in natura en/of pgb- zijn gelijk aan de bedragen zoals genoemd in artikel 2.1.4 derde lid en artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
[vervallen]
De cliënt betaalt een ritbijdrage voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer (cliënt betaalt een ritbijdrage die gelijk is aan het tarief dat in het openbaar busvervoer verschuldigd is, omgerekend naar het aantal kilometers);
**2..** Indien een maatwerkvoorziening wordt toegekend ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt
en deze aanpassing een aanbouw of uitbouw van de woning betreft, is de bijdrage verschuldigd door:
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen; en
degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**3..** In afwijking van lid 1 is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd bij of voor:
het pgb voor lokale verplaatsingen;
aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten;
de maatwerkvoorzieningen begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf voor jongvolwassenen, inclusief fasehuis- en kamertrainingen;
een noodzakelijke eerste grote schoonmaak bij zwaar vervuilde huishoudens;
de maatwerkvoorziening Kortdurend Verblijf;
een financiële tegemoetkoming ten behoeve van de verhuizings- en de herinrichtingskosten.
HOOFDSTUK 13
Artikel 13.1