**1..** De taken van het dagelijks bestuur zijn:
de uitvoering van onderdelen van de Participatiewet inclusief de invoeringswet, de uitvoering van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ), de uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en bij deze wetten behorende algemene maatregelen van bestuur en uitvoeringsregelingen.
de uitvoering van andere door een of meer deelnemende gemeenten aan de dienst opgedragen taken binnen het sociaal domein.
het verlenen van diensten aan gemeenten en andere organisaties buiten het onder artikel 3 lid 2 genoemde rechtsgebied, met dien verstande dat het algemeen bestuur hiermee dient in te stemmen. De diensten worden verleend tegen een vooraf overeengekomen prijs. Verschuldigde BTW wordt apart in rekening gebracht.
**2..** Aan het dagelijks bestuur van de dienst worden alle bevoegdheden overgedragen, die nodig zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid genoemde taken.
**3..** De vaststelling van nadere regels op grond van de verordeningen dan wel op grond van het minimabeleid is de bevoegdheid van de afzonderlijke Colleges, tenzij deze bevoegdheid is gedelegeerd aan het dagelijks bestuur.
**4..** Voorts heeft het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 33 b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de volgende taken en bevoegdheden:
het vertegenwoordigen van de dienst binnen regionaal bestuurlijk overleg.
het behartigen van de belangen van de dienst bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen, waarmee contact voor de dienst van belang is.
het houden van toezicht op het functioneren van de dienst.
Hoofdstuk 3
Artikel 10